3 nachten · Ubud
Ze wilden niet alleen Bali zien, maar ook iets meekrijgen van het Balinese leven. Daar beginnen we dus meteen mee. Tijdens een fietstocht met een lokale gids laten ze het drukke Ubud achter zich en rijden ze tussen knalgroene rijstvelden en door kleine dorpen. Onderweg stoppen ze bij een familietempel en vertelt hun gids over het dagelijks leven, tradities en waarom je werkelijk óveral op Bali die kleine offerbakjes ziet liggen. Een beetje alsof je een oude Conimex-reclame in fietst, maar dan echt 😉.
Slapen doen ze juist wél midden in Ubud. Met zeven kinderen tussen de elf en negentien is dat wel zo leuk: wie nog even wil winkelen, ergens wat wil eten of 's avonds een drankje wil doen, loopt zo het centrum in. Maar stap je hun accommodatie binnen, dan lijkt die drukte ineens ver weg. Vanaf het balkon én het zwembad kijken ze uit over de rijstvelden. Met een beetje geluk spotten ze in de verte zelfs een paar apen die vanuit het Monkey Forest op avontuur zijn gegaan. De kamers zijn goed en netjes en fietsen kun je er ook huren.
En er moet natuurlijk actie in. Op de Ayung-rivier stappen ze met een ervaren gids in de raft voor een tocht langs jungle en rotswanden, met onderweg genoeg stroomversnellingen om het interessant te houden. Af en toe ook even om je heen kijken dus.


















